Instrumenten


Daar sta ik dan! Midden in een zonovergoten weide, met mijn accordeon om en een Ierse fluit in mijn mond. Het is de laatste dag van het kunstfestival: een feestelijk evenement, waarbij kunstenaars uit binnen- en buitenland hun beeldende kunsten exposeren. De weide vormt het centrum van alles. Hier strijken de mensen neer, kun je elkaar ontmoeten en... genieten van mijn mooie muziek!

Als mijn improvisatie met accordeon en tin whistle voorbij is, kijk ik de tafel rond. Wat zal ik nu eens gaan spelen? Oh, de tafelbellen (1)! Ik kondig het lied aan en laat de tafelbellen klinken. Heldere klanken stijgen op en trekken meteen de aandacht van de mensen om me heen. Zie je dat de tafelbellen de kleuren hebben van een regenboog? Na deze bellendans is het tijd voor... de pingpongpolka (2)! Een eigen deuntje waarbij ik pingpong en tegelijkertijd mondharmonica speel. Een jongetje kijkt als betoverd toe. Twee dames grijnzen blij. Na dit gestuiter en een enthousiast applaus, speel ik een feestelijke dixieland-medley met de spatel (3), het wasbord (17) en de kazoo. Het gerasp reikt ver en een glunderend vrouwtje herkent meteen deze huis-, en keukeninstrumenten.

Na al dit gerasp pak ik de twee keramische fluitjes van tafel, de zogeheten tlapitzalis (4) uit Mexico. Wat een prachtig geluid! Mmm, dan past het nu ook wel om mijn dubbelocarina (5) te bespelen. De naam ocarina is Italiaans voor 'kleine gans'. Dankzij deze dubbele variant kun je er een tweestemmige melodie mee spelen. Zacht en melodieus gonzen de klanken door de lucht. Mensen komen nieuwsgierig dichterbij. Na de laatste toon is het even stil en dan klinkt er een blij applaus vanuit alle richtingen. Fijn! Mmmm. Na deze schone fluiterij ga ik me maar weer eens wagen aan een experimentje. Ik pak de monkeydrum en kazoo (6) van tafel en zing en rammel een melodie waar je als luisteraar niet omheen kunt!

En dan nu: twee fijne melodieën op mijn ocarina's (7, 8). Geen dubbele dit keer, maar twee enkeltjes. Ik loop een ronde en laat de fluitjes klinken als spelende musjes. Weer terug bij de tafel neem ik een paar slokjes water en besluit om mijn dvojacka (9) eens te laten horen. De dvojacka is een dubbelfluit, dit keer uit de Slowaakse traditie. Dvo betekent twee. Jacka betekent fluit. Zo simpel kan het soms zijn. En heb je al eens gehoord van de windfluit (10)? Je kunt er prachtige winden mee laten, van zoete zomerbriesjes tot heuse zeestormen. Ideaal tijdens een zeemanslied!

Een Peruaanse melodie op de panfluit (11) kleurt mooi bij de rode bijna-avond-lucht. Een jonge vrouw komt naar me toe om me te bedanken. Ze vond het zooo mooi en wil me graag iets geven. Ik krijg een fooi en ook nog een lekker stukje vlaai op mijn bordje. Dank je wel! Als toegift speel ik nog een reeks volksdansen uit alle windstreken, terwijl mijn voeten over allerlei attributen vliegen. De fietstoeter (12) schalt, de blauwe kalkoen (13) laat een jongeman even schrikken, de piepkrokodil (14) piept, de voettamboerijn (15) rinkelt en de flamingo (16) krijst. Ik maak een buiging. Mensen juichen. Als de laatste vogel gevlogen is ruim ik alles op. De fluiten, accordeon, toeters en bellen worden weer netjes ingepakt. Morgen weer een dag...

Klik op de instrumenten en laat je verrassen!

//set your background image

Foto: Peter Bults

De accordeon is eigenlijk nog een piepjong instrument. Eerst was er nog de mondharmonica, gebaseerd op een vergelijkbaar principe, en duizenden jaren daarvoor had je nog de Chinese sheng. Inmiddels is de accordeon een wijdverbreid instrument, en worden er niet alleen walsjes op gespeeld door opa Harrie, maar ook flitsende tango's, polka's, schlagers, jazz, klassiek en wereldmuziek door alle leeftijden. Wat ik zo fijn vind aan een accordeon is dat je er lekker mee rond kunt lopen, staan, zitten, en dat je een compleet arsenaal hebt om ritmes, akkoorden, melodie en dynamiek te spelen. En een ideaal instrument om volksmuziek mee te maken! Je kunt het ook nog eens meenemen in de bus. Soms moet je dan wel een liedje spelen voordat je naar binnen mag...

De shruti box is een Indiaas instrument en betekent klankdoos. In India wordt het meestal met de handen bespeeld als beleiding van zang. Door klepjes te verzetten en de balg te bewegen kun je verschillende grondtonen maken. Ik bespeel 'm met mijn voeten (en een voetpedaal) als begeleiding van mijn fluitspel.

Nog iets leuks voor de voeten: de voettamboerijn! Heel leuk en effectief om jezelf mee te begeleiden. Mensen zien er soms vanalles in, zoals een boomkikker of een oude houten schaats. Als je hiermee de schaatsbaan op gaat dan wordt het vast een baanbrekende show...

Het geluid van deze uitgeholde, gedroogde noten klinkt alsof er een groep mensen in de handen klapt. Gedroogde noten en zaden worden al eeuwenlang gebruikt om muziek mee maken. Deze specifieke noten en zaden komen oorspronkelijk uit Indonesië, van een boom genaamd pangi. Ze worden gekookt, daarna veertig dagen in de grond begraven met bananenbladeren en as. Als ze daarna opgegraven en uitgehold worden, zijn er weer mensen die er muziek mee maken, zoals ik! Ik speel deze, net als de tamboerijn, met mijn voeten.

Dit belletje, in het echt héél klein, is een onderdeel van een lang belletjeskoord. Ik hang 'm vaak graag aan een microfoonstandaard. Eén klein tinkeltje op het juiste moment kan soms wonderen doen!

Ik hoorde de koshi voor het eerst tijdens een meditatieconcert. Binnenin dit gongetje zijn staafjes in verschillende tonen bevestigd. Door draaiende bewegingen te maken met het koordje, waaraan de koshi hangt, raakt een steentje deze klankstaafjes aan. Zo creëer je al draaiende een klankbad met hemelse geluidjes.

Deze twee tin whistles zijn de fluiten die ik het meest bespeel. Tin whistles worden vaak geassocieerd met Ierse muziek, hoewel het systeem van een fluitje met 6 gaatjes bijna overal ter wereld voorkomt. Mijn eerste kennismaking met de tin whsitle was via de muziek van the Dubliners. Toen wilde ik er ook een! Nu ga ik nog steeds fluitend door het leven. Inmiddels heb ik een van de twee whistles voor de helft afgeplakt met plakband. Zo kan ik twee whistles tegelijkertijd bespelen, als ik zin heb...

In een oude watertoren van Arnhem vond eens een bijzonder concert plaats. Vier fluitenbouwers en ik gaven een eenmalig fluitconcert in deze immense toren. Het was een onvergetelijke ervaring! Deels omdat het gewoonweg prachtig klonk daar beneden, maar zeker ook omdat ik nog nooit zóóó'n hoogtevrees heb gehad! Zowel het publiek als de muzikanten moesten via een dunne ladder van helemaal bovenaan naar beneden klimmen. Gelukkig hebben we het allemaal overleefd... Ik was er even niet helemaal zeker van! Luister hier naar de ocarina.

Ocarina is Italiaans voor kleine gans. Dit vaak keramische instrument vind je in vele soorten en maten en in vele landen: Italië, de Balkan, Peru, China, Oostenrijk... en deze komen uit Nijmegen! De linkse ocarina, de balkanocarina, heeft een balkantoonladder en is ontstaan tijdens een experiment samen met fluitenbouwer Hans Houkes. De tweede is een dubbelocarina.

Bornia is een mooi stukje natuur in de omgeving van Utrecht. Hier heb ik eens een videoclip opgenomen, alles in slechts twee uur tijd, inclusief een lange wandeling met alle instrumenten en twee mensen met camera's! Luister en zie de ocarina, Arabian shepherd's flute, shruti box, dvojacka, tin whistle en voetnoten, terwijl de wind de herfstbladeren beroert.

Kazoos en vogelfluitjes, eenvoudig en vaak heel doeltreffend! Ik kreeg eens de opdracht om bijenmuziek te maken tijdens een bijensymposium in het gouvernementsgebouw van Maastricht. Van gele kazoos maakte ik bijen, met streepjes, pootjes, oogjes en al. Tussen de belangrijke vergaderingen door zorgde ik voor luchtige, zoemende bijenmuziek. Op het einde kregen alle burgemeesters en wethouders ook een bijenkazoo in de hand gedrukt en hebben we gezamenlijk een bijenlied geimproviseerd! Drie jaar later kwam ik iemand tegen op een treinstation, die riep: "Hee, jij bent de bijenman! Dat was leuk toen!" En dat met een paar kazoos...!

Dit speeldoosje vond ik eens in een moestuin van Utrecht. Een echt Utrechts speeldoosje wellicht, want het is volledig gedecoreerd met dansende nijntjes! Een paar dagen later besloot ik het ding meteen tijdens een concert in de praktijk te brengen. Ziehier mijn Afro-Utrechtse-Limburgse-draaidoosje-improvisatie!

Wat een plaatje. Een percussiehond, gemaakt van een klomp, een paar biljartballen en pingpongballen, een bijenpop, een flamingo, een fluitketel met een beetje water erin en een badeendje. Je kunt overal muziek mee maken!

En wat ook nog leuk is, naast twee instrumenten tegelijkertijd bespelen, is om tijdens het live muziek maken ook nog een prachtige lichtshow te creëeren met pianotoetsen, die vervolgens direct geprojecteerd wordt op de Domtoren van Utrecht! Zo krijg je een visuele impressie van je eigen muziek. Dankzij deze uitvinding van mr. Beam, om live muziek in een lichtshow om te zetten, speelde ik op een winteravond de sterren op de toren. Met nog een vleugje tin whistle (met plakband) erbij als toetje.

De boventoonfluit is letterlijk niets meer dan een holle tak met een mondstukje. Geen vingergaten, en toch kun je er vele tonen uit krijgen! Hoe dan? Door zachter en harder te blazen, en de opening aan de onderkant van de fluit varierend open, halfopen en dicht te houden met een vinger, kun je complete toonladders tevoorschijn toveren. Deze boventoonfluit is gemaakt van een gele kornoeljetak. Een prachtige takkenfluit dus!

Soms krijg ik wel eens een fluit cadeau van iemand die op reis is geweest. Deze mooie hulusi, een Chinese fluit, is daar een voorbeeld van. Door via een opening in de bol te blazen, kun je maar liefst drie fluiten tegelijk bespelen. De middelste fluit is voor de melodie, de twee zijfluiten zijn voor extra tonen. Tijdens het spelen kun je de zijfluiten open en dicht maken met een soort kurkjes. Bij het horen van deze fluit zie je slangen al swingend uit de mand komen!

Deze kleine hulusi, een Chinese driedubbelfluit, kwam ik eens in een carnavalswinkel in Zeeland tegen. En hij klinkt nog leuk ook!

The Arabian shepherd's flute is een bamboefluit met een Arabische toonladder. Door het hese, blazende bijgeluid van de fluit krijg je het gevoel alsof je tijdens het spelen meegedragen wordt op een warme woestijnwind.

De kalimba, ook wel duimpiano genoemd, wordt vaak met de duimen bespeeld. Waan je liggend onder een palmboom in het zachte gras en luister dan naar de klanken van de kalimba...

Neem een koker met een opening onder en een springveer boven en je hebt een donderbus! Wil je het eens lekker laten donderen op het podium? Nou, dan zit je met dit instrument donders goed.




De instrumentenfoto's zijn gemaakt door:
Lisanne Koopmans, Iris Schram, Leon Lenders en Luuk Lenders.